Papa Koenders "Mi tongu tru"
Maikel van Hetten
Wat doe je als je moedertaal wordt vernederd?
Dat je moedertaal geen taal is. Dat dichten in de taal niet één behoorlijk gedicht kan laten leven, laat staan een verhaal. Om niet te spreken over de verbeelding in het theater met werk van William Shakespeare. Voor Papa Koenders de uitdaging om het tegendeel te bewijzen dat gevoelens van liefde, haat en overwinning universeel zijn en ook het Sranantongo deze in zich draagt.
Julius George Arnold Koenders (Paramaribo, 1 maart 1886 - 17 november 1957) was een Sranantongo-activist. Geboren als kleinzoon van slaafgemaakten werd hij onderwijzer. Witte en lichtgekleurde collega’s keken op hem neer. Voor hen was hij een blootvoeter, een meester die niet geheel bevoegd was om voor de klas te staan. Maar hij stond er. En hoe? Het Surinaamse onderwijs zou en moest in zijn moedertaal, de lingua franca van Suriname. Te beginnen al op de basisschool.
Dat was zijn ideaal en daar gaf hij alvast inhoud aan door te beginnen met het maandblad Foetoe-Boi. Vrij vertaald, loopjongen. Een bewuste keuze. Papa Koenders wilde de loopjongen zijn van zijn moedertaal. Voor hem de enige manier voor Creoolse kinderen om te begrijpen waar zij vandaan komen en hoe het komt dat zij een ondergewaardeerde positie kregen in koloniaal Suriname.
Dit is een Nederlands gesproken voorstelling waarin het Sranantongo het spel versterkt met vertalingen in de uitgesproken tekst.
foto: Sergio IJssels






